User:Jahsonic/AHE/France/Villon: 'Zo leert mijn kop hoe zwaar mijn kont is'
From The Art and Popular Culture Encyclopedia
| Revision as of 13:19, 16 May 2012 Jahsonic (Talk | contribs) ← Previous diff |
Revision as of 13:19, 16 May 2012 Jahsonic (Talk | contribs) Next diff → |
||
| Line 7: | Line 7: | ||
| Villon: ‘Zo leert mijn kop hoe zwaar mijn kont is’ | Villon: ‘Zo leert mijn kop hoe zwaar mijn kont is’ | ||
| - | François Villon is dichter, dief, vagebond en meester in het combineren van lyrische teksten met omfloerste obsceniteiten. Zijn linguïstische interesse komt misschien voort uit zijn uitgebreide kennis van het jobelin, een Bargoense geheimtaal voor boevengenootschappen. Hij bevindt zich meerdere malen aan de verkeerde kant van de tralies, waar hij ook enkele van zijn bekendste werken schrijft, zoals zijn Ballade van de gehangenen. Hij is de voorloper van de 20ste-eeuwse schuinschrijver en crimineel Jean Genet en de eerste vertegenwoordiger van de gevangenisliteratuur als genre. | + | [[François Villon]] is dichter, dief, vagebond en meester in het combineren van lyrische teksten met omfloerste obsceniteiten. Zijn linguïstische interesse komt misschien voort uit zijn uitgebreide kennis van het jobelin, een Bargoense geheimtaal voor boevengenootschappen. Hij bevindt zich meerdere malen aan de verkeerde kant van de tralies, waar hij ook enkele van zijn bekendste werken schrijft, zoals zijn Ballade van de gehangenen. Hij is de voorloper van de 20ste-eeuwse schuinschrijver en crimineel Jean Genet en de eerste vertegenwoordiger van de gevangenisliteratuur als genre. |
| Villons dichtregel ‘Mais où sont les neiges d'antan?’ – Maar waar is de sneeuw van weleer – wordt nog steeds vaak geciteerd. Zijn voorliefde voor de zelfkant van de maatschappij spreekt ons aan: hij schrijft over hoeren en de groezeligheid van de lagere standen en hij doet dat met compassie. In het volgende gedicht waarschuwt hij meisjes van plezier voor het lot dat hen te wachten staat. | Villons dichtregel ‘Mais où sont les neiges d'antan?’ – Maar waar is de sneeuw van weleer – wordt nog steeds vaak geciteerd. Zijn voorliefde voor de zelfkant van de maatschappij spreekt ons aan: hij schrijft over hoeren en de groezeligheid van de lagere standen en hij doet dat met compassie. In het volgende gedicht waarschuwt hij meisjes van plezier voor het lot dat hen te wachten staat. | ||
Revision as of 13:19, 16 May 2012
|
Related e |
|
Google
Featured: |
- << previous | up | next >>
Original text
Villon: ‘Zo leert mijn kop hoe zwaar mijn kont is’
François Villon is dichter, dief, vagebond en meester in het combineren van lyrische teksten met omfloerste obsceniteiten. Zijn linguïstische interesse komt misschien voort uit zijn uitgebreide kennis van het jobelin, een Bargoense geheimtaal voor boevengenootschappen. Hij bevindt zich meerdere malen aan de verkeerde kant van de tralies, waar hij ook enkele van zijn bekendste werken schrijft, zoals zijn Ballade van de gehangenen. Hij is de voorloper van de 20ste-eeuwse schuinschrijver en crimineel Jean Genet en de eerste vertegenwoordiger van de gevangenisliteratuur als genre.
Villons dichtregel ‘Mais où sont les neiges d'antan?’ – Maar waar is de sneeuw van weleer – wordt nog steeds vaak geciteerd. Zijn voorliefde voor de zelfkant van de maatschappij spreekt ons aan: hij schrijft over hoeren en de groezeligheid van de lagere standen en hij doet dat met compassie. In het volgende gedicht waarschuwt hij meisjes van plezier voor het lot dat hen te wachten staat.
Blanche van de schoenmaker, mis er geen een, Nu moet je bestendigen wat je hebt, Neem ze links en neem ze rechts en wacht niet af, Ik smeek je, spaar geen man en maak voort, want een bejaarde bijzit is een bezoedelde schotel, zoals een bankbiljet dat door honderden handen is gegaan. [Vertaling Annick Riuyts]
Een mooi voorbeeld van de realistische stijl van Villon, die het lichamelijke vaak op de voorgrond zet, is het grafschrift dat hij in 1462 schrijft bij zijn ter dood veroordeling.
Ik ben François wiens naam zo bont is, Parijs, dat mijn geboortegrond is, Hangt mij straks aan een touw dat rond is, Zo leert mijn kop hoe zwaar mijn kont is. [vertaler Altena]
