User:Jahsonic/AHE/Meanwhile in the Low Countries  

From The Art and Popular Culture Encyclopedia

(Difference between revisions)
Jump to: navigation, search
Revision as of 07:04, 17 August 2012
Jahsonic (Talk | contribs)

← Previous diff
Revision as of 07:06, 17 August 2012
Jahsonic (Talk | contribs)

Next diff →
Line 3: Line 3:
:[[User:Jahsonic/AHE/The love that dare not speak its name|<< previous]] | [[User:Jahsonic/AHE|up]] | [[User:Jahsonic/AHE/Meanwhile in the Low Countries|next >>]] :[[User:Jahsonic/AHE/The love that dare not speak its name|<< previous]] | [[User:Jahsonic/AHE|up]] | [[User:Jahsonic/AHE/Meanwhile in the Low Countries|next >>]]
-<hr>+==Original==
:Als gij me drukt in uw' mollige armen, :Als gij me drukt in uw' mollige armen,

Revision as of 07:06, 17 August 2012

Related e

Google
Wikipedia
Wiktionary
Wiki Commons
Wikisource
Wordpress
YouTube
Shop


Featured:
<< previous | up | next >>

Original

Als gij me drukt in uw' mollige armen,
Mij vast omstrikkend, uw poezelig halsje,
Uw' blanke borst en uw lodderig aanschijn
Op mijne schouders, Neaera, doet zinken
Wanneer uw mondje vereend met mij n' lippen
Me bijtend kwelt en dan klaagt bij vergelding,
Terwijl uw tongetje bevend nu trilde,
Terwijl uw tongetje klagend dan smekte,
Dan stroomt een zuchtje uwer lieflijke ziele
Me toe welluidend, verkwikkend en teeder,
En schenkt me troost in mij n' droefheid,
Neaera Als gij geniet van den zwijmel mijns geestes,
Die gloeit door hevigen hartstocht bewogen,
Verhit door 't sieden van toomlooze driften
Als gij mij n vlam dan bezweert, o Neaera !
Mid n gloed door 't zuchtje uwer minnende lippen
Hoe heerlijk koelt dan uw adem mijn hitte.
Zoo zeg 'k: de God van de Goden is Amor,
De macht van Amor beheerscht al de Goden.
Zoo een de meerd're nog mocht zijn van Amor,
Voor mij zijt gij dan, Neaera, de meerd're.

(Uit Liber Basiorum, Latijnse gedichtencyclus van de Nederlander Johannes Secundus (1511-1536), vertaald als Het boek der kusjes door Jan Hendrik Scheltema (1861-1938)

Met de Lage Landen duidt men in grote lijnen Nederland en België aan in de periode waarin deze namen nog niet gehanteerd worden omdat de landen die nu die naam dragen, nog niet bestaan. De streek vormt de breuklijn tussen Noord-Europa, met zijn Germaanse cultuur die de voedingsbodem voor het protestantisme wordt, en Zuid-Europa, van oudsher gekenmerkt door een bourgondische levensvisie, die vreemd genoeg geworteld is in het katholicisme. (Het katholicisme is veel bourgondischer dan het protestantisme.) De Lage Landen zitten geprangd tussen die twee culturen, die kort door de bocht getypeerd kunnen worden als in het noorden de landen die eten om te leven, en in het zuiden zij die leven om te eten.

In de late middeleeuwen en de vroege renaissance zijn de Lage Landen vooral om hun religieuze en genrestukken bekend, maar in de 16de eeuw zijn er twee opmerkelijke kunstenaars die de Grieks-Romeinse mythologie en de christelijke allegorie gebruiken om een zinnelijkheid te vieren die de grens van het betamelijke aftast: Jan Mabuse (ook bekend als Jan Gossaert) uit Henegouwen en Bartholomeus Spranger uit Antwerpen.

Mabuse (1478-1532) wordt 28 jaar na Bosch geboren en hij is een pionier als hij in 1508 met zijn mecenas-beschermheer Filips van Bourgondië-Blaton naar Rome reist om de paus te bezoeken. Hij keert gebouleverseerd door de Italiaanse kunst terug naar Vlaanderen en introduceert hier het maniërisme, een term die gebruikt wordt voor Italiaanse of Italiaans geïnspireerde kunst in de 16de eeuw. De term stamt van maniera, Italiaans voor manier, stijl of wijze, en betekent eigenlijk in de stijl van Michelangelo, de onbetwiste renaissancegrootmeester. Navolging van Michelangelo en Rafaël wordt inderdaad als iets essentieels gezien, maar het maniërisme combineert dit met een gebrekkig gevoel voor perspectief en vaak onnatuurlijk aandoende, gedraaide poses van de figuren, de figura serpentinata.

Mabuse is een buitenbeentje en zijn erotisch getinte werken zijn pareltjes. Adam en Eva, Hermaphroditus en Salmacis, Venus en Amor tonen de weg naar zijn bizarrerieën, maar twee werken zijn verplichte haltplaatsen in de geschiedenis van de erotiek: Neptune en Amphitrite [beeld] en Danaë [beeld].

Danaë werd, zoals u zich herinnert, door Zeus ‘bezocht’ als een gouden regen. In de interpretatie van Mabuse zit Danaë in een soort ronde erker, die uitzicht geeft op een monumentale stad. Ze draagt een blauw kleed dat zo ruim is dat een stuk van de bovenkant de strijd met de zwaartekracht verloren heeft en haar rechterborst ontbloot. We kunnen niet zien wat ze met haar rechterhand doet, het zit onder het kleed dat door haar linkerhand lichtjes geheven wordt. De gouden stroom van Zeus daalt recht naar beneden af, als een doorschijnende fallus. Haar delicate benen zijn half open en aan de voeten gekruist. Haar gezichtsuitdrukking houdt het midden tussen herkenning en verwondering. Het is moeilijk uit te leggen waarom net deze Danaë meer lustgevoelens opwekt dan een andere. Is het de bolheid van haar borst of de uitnodigende geste van het geheven kleed? Zijn het haar blozende wangen of haar volle lippen?

Neptune en Amphitrite werkt op de lachspieren. Het doet nog meer dan Mabuses ander werk denken aan 20ste-eeuwse stripverhalen. Het meisje is hetzelfde gezonde type als Danaë, met dezelfde krullen. De jongeman heeft een stevig gespierd lichaam, en ook krullen. Ze staan in een soort tempel, op een piëdestal met zuilen aan beider zijde. Het koppel kijkt triest. Hij is Neptunus, de zeegod, zij Amphitrite, zijn gemalin. Ze is poedelnaakt en heeft naar goede gewoonte in de kunst van die tijd geen schaamhaar. Hij draagt een schelp, die hangt aan twijgen die zijn middel omspannen, om zijn penis te bedekken. Zit zijn penis in de schelp? De ballen steken onder de schelp uit, of liever hangen. De twee figuren kijken niet naar elkaar, ze kijken voor zich uit, hun blikken kruisen in het oneindige. Hun naakte lichamen vullen volledig de compositie, de figuren lijken te groot voor hun decor, alsof ze volwassenen in een poppenkast zijn, wat bijdraagt tot het lachwekkende karakter van het doek.

In dit doek schilderij wordt duidelijk een loopje genomen met alle conventies van de toen geldende kunst. Desondanks lijkt het toch alsof ze beiden in hun ogenschijnlijke luiheid en verveling geen bezwaar tegen avances van derden zouden maken, wat het werk een licht decadente bijsmaak geeft. De Encylopedia Brittanica van 1911 is het met onsdaarmee eens en spreekt er schande van: ‘Het is moeilijk om iets onkieser of wanstaltiger dan de Neptunus en Amphitrite te vinden... De Neptunus lijkt wel een logge dagloner.’ Ze vinden het werk van ‘een soort realisme van het gemeenste type.’

De Antwerpenaar Spranger wordt geboren in 1546 en sterft in Praag in 1611 als een rijk man. Dat heeft hij te danken aan zijn mythologische schilderijen die het naakt niet schuwen, integendeel zelfs. Er bestaat geen beter schilderij om de noordse maniëristen in te leiden dan Sprangers kronkelende Hermaphroditus en Salmacis [beeld]. Spranger beroept zich op een verhaal van Ovidius, een dat bijna nog niet eerder aan bod kwam in de schilderkunst. Het is de aanleiding voor Spranger om twee hypergestileerde lichamen af te beelden, waarbij vooral de bolle achteruitgestoken billen van Salmacis de verleidster de aandacht trekken. In een ander schilderij van de hand van Spranger, Vulcanus en Maia [beeld], stoot de bergnimf Maia haar bekken verleidelijk naar de toeschouwer. En in Jupiter en Antiope [beeld] zien we een wel heel harige Jupiter, zo harig zelfs dat dit een voorliefde voor bestialiteit bij Antiope doet vermoeden.

Spranger werkt voor korte tijd samen met de Nederlander Hendrik Goltzius (1558-1617), die via gravures de kunst van de Nederlandse maniëristen over heel Europa verspreidt. Kunst is op dat moment een internationale aangelegenheid geworden. Niet alleen maken veel Europese kunstenaars de Grand Tour naar Italië, maar de Europese kunstenaars reizen van hof tot hof, op vraag van mecenassen. Goltzius, geboren in de buurt van het Nederlandse Venlo, onderscheidt zich in de uitbeelding van hypermasculiene mannelijke naakten in gravures zoals de Hercules van Farnese [beeld] en zijn serie De Ontsierders over de val van Icarus [beeld], Tantalus [beeld], Ixion [beeld] and en Phaëton [beeld]. Goltzius graveert De Ontsierders naar tekeningen van zijn landgenoot Cornelisz van Haarlem (1562–1638), de man die met De Val van de Titanen [beeld] een vroeg homo-erotisch meesterwerk schildert.


Met de Lage Landen worden over het algemeen Nederland en België aangeduid in de periode waarin deze namen nog niet gehanteeerd werden omdat de landen die nu die naam dragen nog niet bestonden.

Als men denkt aan Belgische erotiek dan denkt men aan Rubens, de Nederlandse erotiek is minder duidelijk geconnoteerd, maar Rembrandt zou hier wel eens een plaats kunnen innemen.

In de gotische tijd is deze streek vooral om zijn religieuze en genrestukken bekend, maar in de zestiende eeuw zijn er twee opmerkelijke kunstenaars die mythologische zinnelijkheid vieren en de Grieks-Romeinse en Christelijke allegorie -- en vooral in die mate dat het de grenzen van het betamelijk aftastte -- ingang doen vinden. Jan Mabuse uit Henegouwen en Bartholomeus Spranger uit Antwerpen.

Mabuse werd achtentwintig jaar na Bosch geboren, in 1478 en hij was een pionier toen hij in 1508met zijn maecenas Filips van Bourgondië-Blaton naar Rome reisde om de paus te bezoeken. Hij keert volledig onder de indruk van de Italiaanse renaissance terug naar Vlaanderen en introduceert hier het maniërisme.

Maniërisme is een term die lange tijd de voornaamste aanduiding is geweest voor de stijl van Italiaanse of Italiaans geïnspireerde kunst in de 16e eeuw vanaf circa 1525 tot ongeveer 1580. In de schilderkunst wordt de navolging van Michelangelo en Rafaël als essentieel gezien, gecombineerd met een gebrekkig gevoel van perspectief en vaak onnatuurlijk aandoende, gedraaide poses voor de figuren. In het algemene taalgebruik heeft maniërisme de bredere betekenis gekregen van artificieel of gekunsteld, toepasbaar op allerlei onderwerpen. Het is de kunststroming die de voorbode is van de romantiek met haar brutale en wrede poses en overdreven emoties.

Jan Mabuse was een buitenbeentje en zijn erotisch getinte werken zijn pareltjes. Adam en Eva en Hermaphroditus and Salmacis, Venus en Amor tonen de weg naar zijn bizarreriën, maar twee werken zijn verplichte haltplaatsen in de geschiedenis van de erotiek: Neptune and Amphitrite beeld en Danae beeld


This page Jahsonic/AHE/Meanwhile in the Low Countries, part of the AHE project is copyright Jan Willem Geerinck and may only be cited as per the fair use doctrine. The images mentioned in the text can be found here and the translation notes here.



Personal tools