Cluster theory of art  

From The Art and Popular Culture Encyclopedia

Jump to: navigation, search

"Gaut does not acknowledge other versions of the cluster theory, but there have been several. E. J. Bond (1975) observes that a set of conditions may be sufficient for something's being art though no single member of the set is either necessary or sufficient. Milton H. Snoeyenbos (1978) argues that "art" may be used on the basis of a disjunctive set of merely sufficient conditions. Ellen Dissanayake observes that one method of definition has been to compile a number of attributes of art; ..." --"The Cluster Theory of Art" (2004) by Stephen Davies

Related e

Google
Wikipedia
Wiktionary
Wiki Commons
Wikisource
YouTube
Shop


Featured:
Train wreck at Montparnasse (October 22, 1895) by Studio Lévy and Sons.
Enlarge
Train wreck at Montparnasse (October 22, 1895) by Studio Lévy and Sons.

A cluster theory of art is an anti-essentialist method of defining art by producing lists of necessary conditions of qualities that make a work of art. A combination of these necessary conditions makes a sufficient condition.

“Art” as a Cluster Concept" (2000) by Berys Gaut is a recent essay to popularize the anti-essentialist tendencies in the philosophy of art. Cluster concepts are composed of criteria that contribute to art status but are not individually necessary for art status.

Gaut's theory was criticized by Stephen Davies in "The Cluster Theory of Art" (2004).

Another cluster theory is Denis Dutton's Aesthetic Universals (2001).

In "The Cluster Account of Art: A Historical Dilemma" (2014), Simon Fokt accuses the cluster concept of art of ahistoricism.

See also

Dutch text

Berys Gaut publiceerde in 2000 de paper “Art As a Cluster Concept”.

Ik citeer:

“Deze theorie houdt in dat er geen verzameling is van voldoende en noodzakelijke voorwaarden die garandeert dat iets een kunstwerk is. We kunnen wel een lijst van evaluatieve criteria opstellen waarvan een werk een aantal moet bezitten om als kunst te kunnen doorgaan. Deze criteria zijn: het bezitten van schoonheid of andere esthetische waarden (eenheid, coherentie, complexiteit), het uitdrukken van emotie, intellectueel uitdagend zijn, het vermogen hebben om complexe betekenissen over te brengen, blijk geven van een creatieve verbeelding, het resultaat zijn van een uitzonderlijke vaardigheid/handigheid, het behoren tot een erkend artistiek genre en het resultaat zijn van een artistieke intentie (Gaut 2000, 39).” 1

In datzelfde jaar kwam (Dutton 2009, 50) met een lijst van twaalf criteria: 1) onmiddelijk genot, 2) vaardigheid en virtuositeit, 3) stijl, 4) novelty en creativiteit, 5) het voorwerp kunnen uitmaken van kritiek, 6) veraanschouwelijking, 7) special focus, 8) expressieve individualiteit, 9) emotionele saturatie, 10) intellectuele uitdaging, 11) kunsttradities en instituten en 12) verbeeldingsvolle ervaring. 2

Clustertheorieën werden voor het eerst in de kunstfilosofie naar voren geschoven in de jaren zeventig3 van de 20ste eeuw maar kregen pas eerst hun bekendheid door die van Gaut. In plaats van een essentialistische definitie van kunst te hanteren, wordt er met een lijst van kenmerken gewerkt. Geen enkele van de kenmerken op zo’n lijst is noodzakelijk noch voldoende maar aan een aantal van de kenmerken voldoen is wel voldoende. Als zo’n lijst de kenmerken van een genre bevat (neem de western weer) dan kunnen we stellen dat in die lijst de kenmerken [19de eeuw], [Wilde Westen], [cowboys], [Indianen], [heroïsch], [strijd tussen goed en kwaad] zitten. Een individuele film, neem Brokeback Mountain, kan hier aan afgetoetst worden en er kan gezien worden in welke mate hij ermee overlapt of afwijkt. Het geeft aan dat je kan afstappen van starre en essentialistische definities.

1)

De vertaling is van de hand van (Rotthier 2011). In het Engels lezen we (i) possessing positive aesthetic qualities (I employ the notion of positive aesthetic qualities here in a narrow sense, comprising beauty and its subspecies); (ii) being expressive of emotion; (iii) being intellectually challenging; (iv) being formally complex and coherent; (v) having a capacity to convey complex meanings; (vi) exhibiting an individual point of view; (vii) being an exercise of creative imagination; (viii) being an artifact or performance that is the product of a high degree of skill; (ix) belonging to an established artistic form; and (x) being the product of an intention to make a work of art.

2)

1) direct pleasure, 2) skill and virtuosity, 3) style, 4) novelty and creativity, 5) criticism, 6) representation, 7) special focus, 8) expressive individuality, 9) emotional saturation, 10) intellectual challenge, 11) art traditions and institutions, en 12) imaginative experience. (Dutton 2009, 52–58)

3)

"Gaut does not acknowledge other versions of the cluster theory, but there have been several. E. J. Bond (1975) observes that a set of conditions may be sufficient for something's being art though no single member of the set is either necessary or sufficient. Milton H. Snoeyenbos (1978) argues that "art" may be used on the basis of a disjunctive set of merely sufficient conditions. Ellen Dissanayake observes that one method of definition has been to compile a number of attributes of art; ..." --"The Cluster Theory of Art", British Journal of Aesthetics, 44, (2004): 297-300, anthologized in Philosophical Perspectives on Art (2007) by Stephen Davies




Unless indicated otherwise, the text in this article is either based on Wikipedia article "Cluster theory of art" or another language Wikipedia page thereof used under the terms of the GNU Free Documentation License; or on original research by Jahsonic and friends. See Art and Popular Culture's copyright notice.

Personal tools